Foto's wandeling SCN 08-01-2011
http://s279.photobucket.com/albums/kk159/Ntlie1982/SCN%20Wandeling%208-1-2012/
>>
http://s279.photobucket.com/albums/kk159/Ntlie1982/SCN%20Wandeling%208-1-2012/
>>
Februari
------------
Rondje Hemmeland
Zondag 19 Februari 13.00 uur
Verzamelen: Parkeerplaats kruising N518 (Waterlandse Zeedijk) / Hemmeland, Monnickendam
Info: Natalie 06-18510485
http://www.routeyou.com/route/view/49527/wandelroute-ronje-hemmeland-bij-monickendam.nl
Maart
Rondje Rodenberg
Zondag 25 Maart 13.00 uur
Verzamelen: bij Bospaviljoen de Rodenberg
Langeloerweg 63 9331 VA Norg (Dr.)
Info Henriëtte 06-29017746
April
--------
Cruquius
De Groene Weelde
Zondag 8 april 15.00 uur
Verzamelen: Pannenkoeken Paviljoen Kruisweg 1625 Cruquius
Info: Natalie 06-18510485
>>
In 1983 werd bij Sharpeis voor het eerst een aandoening gezien die gepaard ging met regelmatige koortsaanvallen die vaak gepaard gingen met gezwollen hakken. Later bleek dat deze patiënten vaak ook ernstige nierafwijkingen kregen. Aanvankelijk sprak men van “swollen hock” syndroom, later van Sharpei-fever. Het familiaire karakter en de overeenkomsten met het humane familial mediterranian fever deed de naam van de aandoening definitief veranderen in Familial Sharpei Fever ofwel FSF.
De nieraandoening die vaak voorkwam in aansluiting op FSF ging gepaard met afzettingen van een eiwit (amyloid) in voornamelijk nieren, maar ook in lever, huid, darmen en hersenen, werd direct gelinkt aan FSF en een gecombineerde genetische achtergrond werd vermoed.
Een ander vermoeden was, dat het meest typische uiterlijke kenmerk van Sharpeis, de rimpeling en de dikke neus ook met FSF te maken had. Recent onderzoek heeft aangetoond dat precies dat helemaal waar is.
In maart 2011 is er een artikel gepubliceerd onder aanvoering van Mia Olsson (Zweden) getiteld: “A novel unstable duplication upstream of HAS2 predisposes to a breed-defining skin phenotype and a periodic fever syndrome in chinese Sharpei dogs”. In dit artikel staat waar de genetische afwijking zich bevindt en hoe ze dat gevonden hebben. Er staat ook in dat nader onderzoek nodig is met name om de link met amyloidose helder te krijgen.
De genetische achtergrond
Het genetische materiaal van ieder (honden)individu is vastgelegd in de chromosomen of beter gezegd in het DNA, de moleculen waaruit de chromosomen bestaan. Iedere cel bevat bij de hond 78 chromosomen. Deze komen voor in paren: de helft (39) is afkomstig van de moeder, de andere helft van de vader. De chromosomen van ieder paar zijn dus wat opbouw betreft gelijksoortig (homoloog) maar niet identiek. De geslachtscellen bevatten maar 39 chromosomen zodat een zaadcel en een eicel samen weer 78 chromosomen bevat. De chromosomenparen worden genummerd en gerangschikt naar grootte. Het grootste chromosomenpaar is dus nummer 1, het kleinste is nummer 39.
Het DNA is de moleculaire basis van de chromosomen. DNA bestaat uit twee hele lange moleculen die om elkaar heen gedraaid zijn. Het aantal moleculaire bouwstenen van een (halve) DNAstreng is beperkt tot 4 nucleotiden of basen zoals ze vaker genoemd worden. Het totaal aantal basen per DNA-streng is per chromosoom verschillend maar bedraagt enkele miljoenen. De variatiemogelijkheden zijn zo goed als ontelbaar. De basen op twee bij elkaar horende (halve) DNA-strengen vormen een intermoleculaire verbinding (in illustraties vaak weergegeven als de treden van een wenteltrap). Twee van die met elkaar verbonden basen in het DNA-molecuul noemt men een basenpaar. Een groot aantal basenparen tezamen vormt een gen. Een gen is verantwoordelijk voor de vorming van een eiwit of van een enzym. Alle genen tezamen zijn verantwoordelijk voor alle produkties van alle zichtbare en onzichtbare kenmerken van een individu.
Om een idee te geven van de complexiteit van de materie nog even een paar getallen: het totaal aantal basenparen van de hond is ongeveer 2,5 miljard, hiermee worden voor zover voorlopig bekend ongeveer 20.000 genen gevormd. Het aantal basenparen per gen is zeer verschillend maar het grootste gen bij de mens bekend bevat maar liefst 2,4 miljoen basenparen, het kleinste slechts 174.
Mutatie
Even kort door de bocht: tijdens de celdeling (tbv. groei, herstel, vervanging etc.) worden de DNAmoleculen uit elkaar gedraaid, gesplitst en gekopieerd. De gekopieerde strengen fuseren en vormen weer een nieuw in elkaar gedraaid DNA-molecuul dat identiek is aan het uitgangs-DNA. Na aanvoer van materiaal voor een nieuwe cel, deelt deze in twee identieke cellen met hetzelfde DNA.
Mutatie vindt plaats als er iets mis gaat tijdens het proces van splitsen, kopiëren of fuseren van de DNA-strengen. Genen worden te kort of te lang of krijgen een andere basenpaarvolgorde met als gevolg dat de cel niet doet wat hij moet doen, niet produceert wat er van hem verlangt wordt en/of niet stabiel is. De cel wordt herkend als afwijkend en wordt uit het weefsel geëlimineerd.
Anders gaat het bij de geslachtscellen. Die hebben maar de helft van het aantal chromosomen en hebben in wezen geen functie en worden dus ook niet gecontroleerd. Geslachtscellen kopiëren tijdens hun vorming hun DNA niet maar splitsen slechts om vervolgens ten behoeve van ieder der twee gevormde geslachtscellen weer te fuseren. Als in dit proces iets fout gaat wordt dat door het lichaam niet opgemerkt en de cellen blijven bestaan. Zo kan het voorkomen dat tijdens het splitsen een DNA-streng breekt en bij het fuseren te kort wordt (= te weinig genen of delen daarvan bevat) of juist te lang (= teveel genen of delen daarvan bevat). Na bevruchting ontstaat weer een normaal delende (en dus DNA-kopierende) cel met als gevolg dat het afwijkende stuk DNA van de gemuteerde geslachtscel in ieder der volgende cellen opduikt en daar zijn (al of niet) schadelijke werking kan doen. In de meeste gevallen resulteert een combinatie van geslachtscellen met afwijkend (gemuteerd) DNA in het niet tot ontwikkeling komen of vroegtijdige abortus. Soms volgroeid een individu wel tot aan de geboorte maar sterft meteen erna. Soms is de mutatie met leven verenigbaar en spreekt men van een erfelijke aandoening.
Familial Sharpei Fever
Hoe het genetisch onderzoek naar mutaties precies verloopt voert binnen het bestek van dit artikel te ver. Wat van belang is te weten, is dat het mogelijk is tot op gen-niveau het DNA van verschillende individuen en groepen van individuen te vergelijken. Zodoende is men door vergelijking van het DNA van Sharpeis met het DNA van andere honden er achter gekomen dat er bij Sharpeis met chromosoom nr. 13 iets aan de hand is: chromosoom nr. 13 is bij Sharpeis groter dan chromosoom nr. 13 bij andere honden. Nadere inspectie van dit chromosoom leerde dat de fout gelegen is boven het HAS2-gen ,dat is dus in de richting van het midden van het chromosoom (stroomopwaarts of ‘upstream’).
HAS staat voor Hyaluronic Acid Synthase. Dit is een enzym dat verantwoordelijk is voor de vorming van hyaluronzuur, de water aantrekkende substantie die de basis is van niet alleen gewrichtsvloeistof maar ook van mucine, de grondsubstantie van bindweefsel die, in grote hoeveelheden aanwezig , de Sharpei zijn karakteristieke uiterlijk geeft. Niet het HAS-gen zelf, maar een gedeelte daar vlak boven (een instabiel stukje DNA van 16100 basenparen om precies te zijn), komt bij Sharpeis meerdere malen voor op chromosoom 13 waardoor dit chromosoom bij Sharpeis significant afwijkend is ten opzichte van het zelfde chromosoom bij andere rassen.
De grote doorbraak in dit genetische onderzoek is de constatering dat het aantal keren dat dit stukje DNA van 16100 basenparen op chromosoom 13 is gekopieerd bepalend is voor het voorkomen van FSF en/of amyloidose. Het blijkt dat dit stuk genetisch materiaal (het is geen compleet gen ) een regulerende functie heeft op de expressie van het HAS2-gen in die zin dat hoe meer kopieën er van deze 16100 basenparen ingebouwd zijn in chromosoom 13 (hoe hoger het “copynumber’),des te heviger het HAS2-gen tot expressie komt ofwel des te meer hyaluronzuur er wordt gemaakt. Deze relatie is niet helemaal lineair maar het is wel zo dat hoe hoger het aantal kopieën, des te groter de kans op FSF.
De koorts
Bovengenoemde toename van expressie van het HAS2-gen is het gevolg van een jarenlange zucht naar dikkere koppen en meer rimpels. Het inbouwen van een steeds groter aantal kopieën van dat stukje DNA had, zonder de achtergrond te kennen, het gewenste resultaat.
De grote hoeveelheid hyaluronzuur, zo blijkt nu, is echter de grootste risicofactor voor FSF.
Het hoogst aantal kopieën bij Sharpeis tot nu toe gevonden is 15, bij 5-10 kopieën is er een verhoogd risico op FSF, bij meer dan 10 kopieën is er ook een verhoogd risico op amyloidose. Verontrustend is te noemen dat het laagst aantal kopieën bij Sharpeis 5 was.
Maar waarom is hyaluronzuur nou de boosdoener?
Hyaluronzuur is, zoals bekend, een stof die verantwoordelijk is voor de vochtbalans. Ondanks fluctuaties in wateropname zal de hoeveelheid extracellulair vocht binnen zekere grenzen constant blijven. In geval van steriele ontsteking (bv. de opruimreactie van beschadigd weefsel na steriel trauma zoals stoten of bijten zonder huidbeschadiging) veroorzaakt Hyaluronzuur een toename van de hoeveelheid water naar de beschadigde plek. Het hyaluronzuur fragmenteert hiertoe waardoor het aangetrokken water ook minder gel-achtig wordt. Het functionele nut hiervan is het beschadigde weefsel te omgeven met een stootkussen ter bescherming. Het gefragmenteerde hyaluronzuur stimuleert echter ook het aspecifieke immuunsysteem waardoor de beschadigde plek helemaal klaar gemaakt wordt voor het aangaan van een gevecht met evt. binnendringende bacteriën of lichaamsvreemde stoffen. Niet alleen steriel trauma doet hyaluronzuur fragmenteren, ook veel bacteriën kunnen via verschillende mechanismen kleinere hyaluronzuurfracties doen ontstaan. Daarnaast draagt ook de natuurlijke afbraak van hyaluronzuur nog een steentje bij.
Deze hyaluronzuurfracties kunnen mits in voldoende mate aanwezig een moleculair patroon vormen dat lijkt op de moleculen op het oppervlak van bacteriën en zodoende de ontsteking doen ontsporen als zou het een bacteriele infectie zijn met alle bijbehorende verschijnselen waaronder hoge koorts.
Dit moleculaire patroon komt bij Sharpeis ,met hun grote hoeveelheid hyaluronzuur, na weefselbeschadiging (steriel of niet steriel) eerder voor dan bij welk ander ras dan ook en is zodoende de nummer 1 veroorzaker van de periodieke koortsaanvallen die FSF kenmerken.
Fokkerij
Het moge duidelijk zijn. Uitleg over welke kant we opmoeten is bijna niet meer nodig. Hoe hoger het ‘copynumber’ van de 16100 basenparen hoe meer hyaluronzuur, des te dikker de kop en des te meer rimpels en …………….des te meer FSF!
Bij de traditionele Sharpei is het ‘copynumber’ laag en komt FSF niet voor. Daar moeten we dus heen. Chapeau voor al die fokkers die deze fokrichting zowieso al ambieerde. Zij waren zonder het te weten op de goede weg en hebben god zij dank de fokkerij behoed voor het verlies van de mogelijkheid FSF te elimineren.
Nu de genetische achtergrond van FSF bekend is, kan er ook een test ontwikkeld worden. Die test zal kunnen bepalen hoe vaak de 16100 basenparen zijn gekopieerd. Dit copynumber zal dan bepalend zijn voor het al of niet inzetten voor de fokkerij. Ik wens U veel wijsheid toe maar een ding is zeker, we gaan een spannende tijd tegemoet.
G. Blokland
>>